Bodrum

Deze historische stad beschikt over een kasteel vlakbij de haven, wat nu een onderwater museum is. Op de plaats waar het oude kasteel staat, bevond zich vroeger het oude Halikarnassos, ooit in 1.000 voor Chr. ontdekt door de Doriërs. Het karakteristieke plaatsje Bodrum wordt gekenmerkt door de vele witte huisjes.
In de directe omgeving zijn er diverse antieke bezienswaardigheden, waar liefhebbers van cultuur en geschiedenis hun hart op kunnen halen. Ook duiken is een mogelijkheid in deze gezellige plaats. Bodrum heeft overdag een levendige en ’s avonds een bruisende boulevard, en diverse kleine, gezellige straatjes. Door de vele uitgaansmogelijkheden is Bodrum ook zeer geschikt voor jongeren. Kortom, een plaats voor elk wat wils.

Aantal inwoners: 22.000
Aantal toeristen per jaar: 400.000

De geschiedenis van Bodrum

De beschutte haven en de vruchtbare omgeving trokken al rond 1000 v. Chr. Dorische kolonisten naar de zuidzijde van het schiereiland van Bodrum. Het plaatsje ontwikkelde zich onder de heerschappij van verschillende Griekse bevolkingsgroepen tot een bloeiende handelsstad, die grote culturele betekenis kreeg, toen Herodotus (484-420 v. Chr.), de vader van de geschiedschrijving, hier zijn werken schreef. In een onderhoudende stijl beschreef deze geleerde in Ionisch Grieks de geschiedenis van onder meer Egypte, Lydië en Perzië. Waarbij hij zich als eerste niet beperkte tot het geven van een chronologische opsomming, maar verbanden legde tussen het verleden van de verschillende volken.In de Oudheid verrees in Bodrum één van de zeven wereldwonderen. Nadat de stad in de 5e eeuw in handen was gevallen van de Perzen, werd het gebied als een machtige vazalstaat geregeerd door de satrapen (stadhouders) van Carië. Deze vorsten waren naar oud gebruik getrouwd met hun zusters. Deze vrouwen speelden in het Carische staatsbestel een dergelijk belangrijke rol dat zij bijna net zo veel macht bezaten als hun echtgenoten. De beroemdste vorst van de Cariërs was koning Mausolos (377-353).

In samenwerking met zijn vrouw Artemisia liet hij de hoofdstad van zijn rijk naar Grieks voorbeeld voorzien van paleizen, tempels, stadsmuren en havens. Na zijn dood gaf zijn weduwe opdracht tot de bouw van een groots grafmonument voor haar man. Dit wereldwonder wist zo veel bewondering te oogsten dat het zich als ‘mausoleum’ heeft ontwikkeld tot een soortnaam voor alle monumentale praalgraven.De naam Bodrum (letterlijk ‘Kelder’) heeft naar alle waarschijnlijkheid betrekking op het indrukwekkende slot dat de kruisridders van de Maltezer Orde in de 15e eeuw bouwden op een schiereiland in de baai. Vanaf het eiland Rhodos veroverden de ridders van deze door Godfried van Bouillon gestichte orde (ook bekend als ‘Johannieter Orde’) de stad in 1402. Lang hebben de ridders niet geprofiteerd van hun bouwnijver: in 1523 kon het aan Petrus gewijde slot zonder strijd worden ingenomen door de Osmanen. De kazematten maakten bij het binnentrekken zo veel indruk op de Turken dat ze de stad vernoemden naar deze zwaar versterkte gewelven.

Bezienswaardigheden Bodrum

De Hamam van Bodrum

De Hamam van Bodrum, verbonden met de Çemberlitas-baden in Istanbul, is gevestigd in een mooi natuurstenen huis. De service is uiterst professioneel en het is er brandschoon. Hier proeft u de sfeer van een echt Turks bad. De masseurs zijn vakkundig en na een behandeling voelt u zich weer als herboren. De hamam onderhoudt een speciale busdienst die u ophaalt en weer terugbrengt, na een heerlijke verwendag. Dus zeker een aanrader!!

De oude werf

De Oude Werf bij het Arsenaal wordt net als de stadsmuren van Bodrum gerestaureerd. Hij ligt tegenover de Petrusburcht en kijkt over de haven. De werf werd in de 18de eeuw gebouwd, toen de Osmaanse sultans hun zeemacht wilden versterken. U ziet er een cisterne, aan de westkant van de haven een Osmaanse toren, een begraafplaats, versterkingen om de werf te beschermen en een tombe uit 1729 ter ere van Cafer Pasa, een zeeheld en prominent beschermheer van de stad.

Het Mausoleum

De bouw van het mausoleum

Plinius de Oudere schrijft dat de tombe 45 m (148 Griekse voet) hoog was en dat bijna eenderde hiervan werd ingenomen door de zuilengang. De hoogte van de piramide was waarschijnlijk 6,8 m. De resten van de strijdwagen met het vierspan laten zien dat deze met zijn 6 m twee keer zohoog was als een echte wagen. Het onderste deel van het monument moet dan ongeveer 20 m hoog zijn geweest. Voor die onderkant alleen al werd ongeveer 24.563 m³ steen gewonnen, gehakt, vervoerd en op zijn plaats gezet. Alleen de groene lava aan de binnenkant kon ter plekke worden gewonnen; onderzoeken hebben uitgewezen dat de andere steensoorten van verder weg kwamen. Het marmer van het fries met de Amazones kwam van het eiland Kos, en dat van het fries met de strijdwagen was waarschijnlijk Frygisch marmer uit het in het binnenland gelegen Afyon. Dat de materialen uit verschillende gebieden afkomstig zijn, komt mogelijk omdat Mausolus in de regionale politiek van dat gebied een grote rol speelde.

Tijdens opgravingen in de negentiende eeuw en in de jaren zestig en zeventig van de twintigste is de indeling van het mausoleum blootgelegd en werd duidelijk hoe het is gebouwd. Er stond al een Necropolis, zodat de grond eerst moest worden geëgaliseerd en de gangen en kamers moesten worden bewerkt en opgevuld. Op die manier ontstond er een stevige ondergrond. De fundering en de onderkant bestonden uit brokken plaatselijk gevonden lava van wel een meter lang. Aangrenzende brokken werden met metalen banden vastgezet, zodat er steunmuren ontstonden. Waarschijnlijk werden de blokken op verschillende lagen met metalen pluggen aan elkaar gezet om de constructie te verstevigen. De zuilengang en de piramide werden nauwkeurig uitgemeten. Elke zuil staat precies 3 m van de volgende, in totaal waren er dus 36 Ionische zuilen. De architraven werden eveneens met metalen klemmen aan de zuilen vastgezet.

Het is niet precies bekend hoe de stukken steen naar boven werden gehaald. Archeologisch onderzoek heeft niet veel op geleverd, en historische verslagen spreken elkaar tegen. De zuildelen waren zo zwaar en moesten zo hoog worden opgetakeld, dat er bijna zeker kranen zijn gebruikt. Eenmaal op hun plaats werden de zuildelen met behulp van houten drevels op hun plaats gezet en met elkaar verbonden. De blokken voor de onderkant zijn mogelijk op dezelfde manier opgetild. Het kan zijn dat er uitsteeksels werden uitgespaard, waar touwen omheen werden gebonden, en die werden afgehakt wanneer de steen op zijn plaats stond. Het omhoog takelen van de stenen voor de piramide moet nog moeilijker zijn geweest: de gebruikte apparaten moesten niet alleen grote stenen houden, maar ze ook nog eens tot een hoogte van 32 tot 39 m opheffen.

Het optillen en neerzetten van de sierbeelden moet een even grote, of nog grotere, opgave zijn geweest. Ophijsen brengt het gevaar van breken met zich mee, en dat risico is nog groter bij sierlijke beelden met breekbare ledematen. Dat alles goed ging, is wederom een bewijs dat er met een zorgvuldig plan is gewerkt. Dankzij de prachtige ornamenten, en dan vooral de vrijstaande beeldengroep, kreeg het mausoleum een plaatsje bij de zeven wereldwonderen. Er zijn verschillende resten gevonden, soms nog met sporen van verf erop: haren en baarden waren roodbruin, en mantels en gewaden waren rood, blauwen paars. De leeuwen rond de dakrand waren okergeel geschilderd. Waar de vrijstaande beeldengroep precies stond, blijft een punt van discussie. Sommigen beweren dat de onderkant getrapt moet zijn geweest, zodat er richels waren waarop men alle beelden neer kon zetten. Anderen zeggen dat er in verslagen uit die tijd niet over trappen wordt gesproken, maar in dat geval kan er nooit genoeg plaats geweest zijn voor alle beelden. Zelfs degenen die wel geloven.dat er richels waren, kunnen het niet eens worden over het precieze aantal.

Over de grafkamer zelf is meer bekend. Dit rechthoekige vertrek is aangelegd in de onderkant van het gebouwen toegankelijk via een trap naar beneden. De kamer werd afgesloten met zware marmeren deuren. Net na de ingang staat een massieve vierkante steen met gaten en gleuven die waren bedoeld voor de drevels waarmee hij op zijn plaats is gezet. In dit vertrek troffen de Johannieters in 1522 een marmeren urn of grafkist aan. Toen ze de volgende dag terugkeerden, was de kist opengebroken en lagen er alleen nog een paar gouden medaillons en stukjes goudlaken. Bij recente opgravingen werden ook nog een paar van zulke medaillons gevonden. Meer is er over het oorspronkelijke graf niet bekend.

Waarom werd er voor deze heerser van Carië een dergelijke groot monument gebouwd? Politiek, luidt mogelijk het antwoord. Mausolus wilde graag een Carisch keizerrijk stichten waarin Grieken en niet-Grieken verenigd zouden zijn, en uit zijn graf, waarin Griekse, Lycische en Egyptische bouwkundige elementen zijn gecombineerd, blijkt zijn verlangen naar eenheid. Een van de vernieuwingen van Mausolus was dat hij architectuur en beeldhouwkunst in een nieuwe verhouding tot elkaar plaatste, waardoor hij een evenwicht schiep dat in veel latere werken terug te vinden is. Mausolus is dankzij zijn graf, dat (op kleinere schaal) veelvuldig door de Grieken en Romeinen werd nagebouwd, nog op een andere manier onsterfelijk geworden: het woord ‘mausoleum’ wordt vandaag de dag nog steeds gebruikt om een groot praalgraf aan te duiden.

Het antiek Theater

Er is weinig bewaard van Halicarnassus, maar het theater op de zuidhelling is nog redelijk intact. In 1973 begonnen hier de opgravingen en nog steeds zijn de restauraties bezig. Het theater (4de eeuw voor Christus) bestaat uit een toneelhuis, een orchestra en rijen zitplaatsen. Er werden waarschijnlijk meer gladiatoren gevechten gehouden dan toneelvoorstellingen. De balustraden bij de orchestra waren waarschijnlijk bedoeld om het publiek te beschermen!

De Myndos poort

De Myndos poort was de westingang van Halicarnassus en leidde naar het oude Myndos, vandaag de dag beter bekent als Gümüslük vanwege de zilvermijnen. De stadswallen van bodrum zijn waarschijnlijk door Mausolus gebouwd. Ze zijn ongeveer 7 km lang en beschermen de stad aan drie kanten. De Myndos poort had oorspronkelijk twee monumentale torens aan weerszijden van het binnenhof, gemaakt van blokken andesiet. Alexander de Grote verwoestte het grootste deel van de muren toen hij de stad in 334 voor Christus belegerde. Een restauratieproject dat in 1998 is begonnen en door twee grote communicatiebedrijven wordt gesponsord, is tot nu toe het succesvolste project.

Petrusburcht

Het opvallendste symbool van Bordum is zijn kasteel, dat in 1406 door de jahannieters werd gebouwd. De vijf torens vertegenwoordigen de nationaliteiten van hun gevreesde bewoners. Toen Süleyman de Prachtlievende Rhodos in 1523 veroverde, vielen zowel Rhodos als Bodrum onder Osmaanse heerschappij en vertrokken de ridders naar Malta. De burcht, die eeuwenlang verwaarloosd was, deed vanaf 1895 dienst als gevangenis. In de Eerste Wereldoorlog brachten de Franse oorlogsschepen schade aan het gebouw toe. In de jaren zestig werd de burcht gebruikt als opslagplaats voor voorwerpen uit de zee. Hierop werd het kasteel gerestaureerd en werd het een museum dat vanwege zijn schatten internationale bekendheid geniet.

Comments are closed.