De geschiedenis van Antalya
Antalya is lang niet zo oud als de dode steden eromheen. Het werd 'pas' gesticht in de 2e eeuw v. Chr., toen de naburige plaatsen Perge. Aspendos en Termessos allang tot bloei waren gekomen. Koning Attalas II van Pergaman (160-138 v. Chr.) koos deze plek om de beschutte natuurlijke haven en noemde de stad naar zichzelf Attaleia. Nadat Attalos' rijk in handen was gekomen van de Romeinen (zie Bergama) ontwikkelde Attaleia zich als middelpunt van de provincie Asia tot een belangrijke havenstad. Het was dan ook niet zo vreemd dat de apostel Paulus hier op zijn eerste zendingsreis binnenvoer met zijn helpers Barnabas en Marcus. Keizer Hadlianus bezocht Attaleia in het jaar 130. Ter gelegenheid van zijn bezoek werd een erepoort in de stadsmuur gebouwd, die nog steeds bestaat. In de Byzantijnse tijd leidde de plaats een sluimerend (maar redelijk veilig en welvarend) bestaan, waaraan een einde kwam tijdens de Tweede Kruistocht (1147-'49), toen het een belangrijk steunpunt was op de route naar het Heilige Land. Niet lang daarna (in 1207) veroverden de Seldsjoeken onder leiding van sultan Gyasettin Keyhusrev de stad vanuit Konya. Het bezit van de tot Antalya herdoopte havenplaats droeg bij tot het versterken van de internationale reputatie van de Seldsjoeken van Roem. Nu hun rijk een belangrijke verbinding met de zee had, werden zij ook door de zeevarende Europese naties als een belangrijke machtsfactor beschouwd. Al snel begonnen de Seldsjoeken met de bouw van moskeeën, waarvan de interessante 'Gegroefde Minaret' nog steeds markant aanwezig is. Hetpaleis van de sultans werd echter verwoest door de Mongolen. Nadat Antalya eeuwenlang was geregeerd door de Osmanen, werd het in 1918 bezet door Italiaanse troepen. Atatürk wist echter in oktober 1921 door middel van onderhandelingen een terugtrekking te bewerkstelligen. Sindsdien is de stad met rasse stappen tot ontwikkeling gekomen. Vooral dankzij de opkomst van het toerisme in de jaren '80 is Antalya een echte 'boomtown' geworden.


